chapter-bullet-o chapter-bullet-ob chapter-bullet chapter-bullet-b archive-arrow-down chapter-arrow content-link content-pic email facebook filter-arrow-down filter-arrow-up hamburger link listitem-arrow more-arrow-right print reveal-arrow-left reveal-arrow-right reveal-times search-arrow search times-filter twitter instagram view-grid view-list

Zomer Film College 2019


7 > 13 juli 2019

DE Studio

Maarschalk Gerardstraat 4, 2000 Antwerpen

Contacteer CineaKoop tickets

Ingrid Bergman en Roberto Rossellini op de set van 'Stromboli, terra di Dio' (Roberto Rossellini, 1950)

NL/ Tickets voor het Zomerfilmcollege 2019 zijn nu te koop! Klik in de banner hierboven op ‘KOOP TICKETS’.

EN/ Tickets for the Summer Film School 2019 are now on sale! Simply click the ‘GET TICKETS’ button in the header.

[ENGLISH VERSION BELOW]

Stip alvast 7 tot 13 juli aan in je agenda, want dan verwachten we je opnieuw in Antwerpen voor het Zomerfilmcollege 2019! 7 dagen lang duiken we onder in twee filmhistorische thema’s, aan de hand van een 15-tal lezingen en zo’n 20 filmvertoningen.

Filmmakers hebben duizenden geheimen, het ZOMERFILMCOLLEGE leert je ze kennen!

Ingrid Bergman en crew op de set van Stromboli, terra di Dio (1950)

ROBERTO ROSSELLINI: CINEMA APERTO

Roberto Rossellini (1906-1977) verwierf zijn plaats in de geschiedenisboeken vooral als de vader van het Italiaanse Neorealisme, dat vlak na WOII de loop van de filmgeschiedenis grondig wijzigde. Het gebruik van tijd en de radicale dedramatisatie veranderden volgens filmtheoreticus Gilles Deleuze de aard van het filmmedium en lieten het evolueren van een door beweging gedomineerd medium (the ‘movement image’) naar een strikt door tijd gedomineerd medium (the ‘time image’). De zogenaamde ‘oorlogstrilogie’, bestaande uit Roma città aperta (1945), Paisà (1946) en Germania anno zero (1948), combineerde die nieuwe vormtaal met elementen uit de harde sociale en economische realiteit van het naoorlogse Rome en stond daarmee aan de wieg van een kort levende, maar uiterst invloedrijke stroming, die inderdaad de filmkunst voor altijd zou veranderen. Aan hoog tempo werden in de tweede helft van de jaren 1940 door regisseurs als Vittorio De Sica en Luchino Visconti een reeks films gedraaid die voortbouwden op de ideeën die door Rossellini waren geïntroduceerd. Rossellini zelf verkende echter al heel snel nieuwe paden en begon radicale verdere experimenten uit te voeren met de filmtaal die hij mee hielp ontwikkelen, wat hem niet altijd in dank werd afgenomen door voormalige medestanders.

Stromboli, terra di Dio (Roberto Rossellini, 1950)

Met Viaggio in Italia (1954) en Europa ’51 (1952) weigerde de cineast immers resoluut om zich te laten opsluiten in het strikte keurslijf van het Neorealisme, waardoor het — ondanks de boeiende cinematografische experimenten die in zijn nieuwe werk te vinden waren — voor velen al snel heette dat de vaandeldrager van de beweging de beginselen verraden had. Dat verklaart zeker ten dele waarom veel van de films die Rossellini in de jaren 1950 draaide lang niet de reputatie bezitten van zijn eerdere werk. Uiteraard speelde ook zijn in de Italiaanse pers breed uitgesmeerde schandaalrelatie met Ingrid Bergman mee, al is dat ongetwijfeld net een van de elementen die van het sterke Stromboli, terra di Dio (1950) een groter publiek succes maakte.

La macchina ammazzacattivi (Roberto Rossellini, 1952)

Dat veel van het werk uit de jaren 1950 minder goed ontvangen werd, neemt niet weg dat zijn oeuvre uit die periode meer dan het (her)ontdekken waard is, zoals een titel als het zelden vertoonde La macchina ammazzacattivi (1952) ten overvloede bewijst. Nog veel minder weerklank vonden de producties die Rossellini in de jaren 1960 opzette en hetzelfde geldt voor het werk dat hij voor de televisie draaide. Een aantal van die films — Socrate (1971), Cartesius (1974) of het pas onlangs gerestaureerde Le psychodrame (1956) — bieden nochtans een bijzonder interessante kijk op de latere evoluties in de stijl en beeldtaal van een groot cineast. Anders dan bij de schilderkunst, lijken publiek en critici vaak niet echt geboeid door de late fases in de carrière van een kunstenaar, iets wat zeker meespeelt in het tekort aan appreciatie voor alle late titels uit de carrière van Rossellini.

Het programma op het Zomerfilmcollege 2019 dat opgezet werd door professor Steven Jacobs (Universiteit Antwerpen), biedt een overzicht van de rijke en baanbrekende carrière van de Italiaanse grootmeester en zal vooral ook zijn minder bekende en minder gewaardeerde werk onder de aandacht brengen. De films en thema’s die behandeld worden, hebben zowel aandacht voor de canonieke werken uit de periode van het Neorealisme, als voor meer obscure — en vaak ten onrechte volledig vergeten — titels.

Gastsprekers (voertaal: Nederlands/Engels)
  • Steven Jacobs is kunsthistoricus en doceert aan Universiteit Antwerpen en Universiteit Gent. Hij is (co-)auteur van onder meer The Wrong House: The Architecture of Alfred Hitchcock (2007), Framing Pictures: Film and the Visual Arts (2011), The Dark Galleries (2013), Screening Statues: Sculpture and Cinema (2017), en The City Symphony Phenomenon (2018).
  • Hilde D’haeyere is fotograaf en filmhistoricus; zij doceert aan KASK School of Arts van de Hogeschool Gent, waar ze de masteropleiding Film coördineert. Haar werk bestudeert vooral fotografische aspecten van stille film en de kruisverbanden tussen cinematografie, filmmachinerie en de mechanismen van humor. Recente publicaties zijn “Frankfurter Slapstick” in October 160 (2017) met Steven Jacobs; “Ziegfeldized Slapstick, Useful Comedy” in The Colour Fantastic (Amsterdam University Press, 2018); en “Comedy Performs Photography” in Photography Performing Humor (Leuven University Press, 2019).
  • Tom Paulus doceert filmstudies aan de Universiteit Antwerpen. Zijn essays omtrent de picturale stijl in de films van John Ford werden gepubliceerd in verscheidene bundels waaronder: John Ford in Focus (McFarland) en Westerns: Movies from Hollywood and Paperback Westerns (Cambridge Scholars Publishing). Zijn bundel (eds. with Rob King) Slapstick Symposium: Essays on Silent Comedy werd uitgegeven door Routledge.
  • Anke Brouwers doceert filmgeschiedenis aan KASK School of Arts (Gent). Ze publiceerde over (stille) cinema in academische tijdschriften, verschillende bundels en online op photogénie. Voor Cinema Canvas is ze sinds 2017 actief als filmexperte.
  • Nick Pinkerton is een schrijver uit Brooklyn (NY) met een focus op audiovisuele kunst. Zijn werk werd gepubliceerd in o.a. Film Comment, Sight & Sound, Artforum, Frieze, Reverse Shot, 4 Columns, The Baffler, Harper’s, en de Village Voice. Zijn andere publicaties omvatten een recente monografie over de films van Ruth Beckermann (Oostenrijks Film Museum) en een binnenkort te verschijnen boek over Tsai Ming-liang’s Goodbye, Dragon Inn (Fireflies).
Lost in America (Albert Brooks, 1985)

THE SHADY EIGHTIES: AMERICAN CINEMA BELOW THE LINE

De door ‘Reagonomics’ en ongebreideld kapitalisme getekende jaren 1980 vertaalden zich op het bioscoopscherm in films die dat ideeëngoed op grootschalige en bombastische wijze uitdroegen. Films als Rambo: First Blood Part II (1985) en Top Gun (1986) weerspiegelden de heersende ideologische dictaten en vonden een vruchtbare voedingsbodem in de stilaan tot vol wasdom komende blockbuster cultuur, die in de jaren zeventig werd geïntroduceerd. De ‘Movie Brats’ generatie, die een decennium eerder aan de wieg had gestaan van het ‘Nieuwe Hollywood’ dat de almacht van het studiosysteem had uitgedaagd, zag zich — ook dankzij eigen megalomane en destructieve impulsen — opnieuw gekortwiekt en moest zich noodgedwongen aan een nieuwe realiteit aanpassen. Sommige maakten probleemloos de overstap naar de nieuwe cultuur. Zo veranderde bijna alles wat Steven Spielberg of George Lucas aanraakten in goud, wat voor monstersuccessen zorgde als E.T., The Extra-Terrestrial (1982) en de Indiana Jones trilogie. Anderen zoals Martin Scorsese en Francis Ford Coppola slaagden er min of meer in om hun autoriteit te bewaren en laveerden met wisselend succes tussen studiowerk en meer persoonlijke films — zoals Rumble Fish (Coppola, 1983), The King of Comedy (Scorsese, 1982) of After Hours (Scorsese, 1985) — die vaak aansluiting vonden bij de onderstroom van een aantal jonge, radicalere Amerikaanse cineasten.

The King of Comedy (Martin Scorsese, 1982)

Helemaal aan de andere kant van het spectrum, bevonden zich echter regisseurs als William Friedkin, Paul Schrader of John Milius, die de erfenis van de jaren zeventig op een totaal andere manier gingen invullen. Hun films verkenden zowel inhoudelijk als vormelijk een andere wereld en waren vooral geïnteresseerd in de schaduwzijde van de in de jaren 1980 op agressieve wijze heruitgevonden ‘American Dream’. In het zog van die grotere namen, volgde een generatie jonge filmmakers, die zich spiegelde aan de Amerikaanse ‘auteurscinema’ van de jaren zeventig en die zou uitgroeien tot een bloeiende alternatieve scène, die cinematografisch bijzonder divers was, maar een fascinatie deelde voor donkere thematiek en het in vraag stellen van de heersende ideologie. Cineasten als Albert Brooks, Tim Hunter, Susan Seidelman, Bette Gordon, Jim Jarmush of John Sayles, verkenden totaal andere werelden dan die uit de mainstream die door dogmatisch vooruitgangsoptimisme gedomineerd werden. Ook stilistisch gingen ze daarvoor op zoek naar nieuwe paden, wat resulteerde in een vaak brutale, directe en efficiënte stijl, die ook terug te vinden was in het werk van Walter Hill, John Carpenter of Wes Craven, wiens genrefilms zich op de grens tussen de meer commerciële bovenbouw en de Amerikaanse cinema ‘below the line’ bevond.

River’s Edge (Tim Hunter, 1986)

De leefwerelden die geëvoceerd worden in deze films zijn vaak die van (grootstedelijke) subculturen en de steeds minder zichtbare erfenis van de tegencultuur uit de jaren zestig. Een film als Cruising (William Friedkin, 1980) verkent die onderkant van de maatschappij op expliciet uitdagende wijze – de door de censuur moegetergde Friedkin monteerde subliminaal pornomateriaal doorheen zijn beelden — terwijl titels als River’s Edge (Tim Hunter, 1986) en The Boys Next Door (Penelope Spheeris, 1985) meer geïnteresseerd waren in de manier waarop onder het rimpelloze oppervlak van kleinsteeds Amerika een veel donkerder beeld opdoemt dan aan de glanzende oppervlakte uitgedragen werd.

Het programma op het Zomerfilmcollege 2019 biedt een divers beeld op deze ‘andere Amerikaanse film’ uit de jaren tachtig en brengt een aantal van deze vaak vergeten of miskende films opnieuw onder de aandacht.

Gastsprekers (voertaal: Engels)
  • Cristina Álvarez López is een filmcriticus uit Vilassar de Mar (Spanje). Haar werk is verschenen in MUBI Notebook, LOLA en De Filmkrant, en in boeken over Chantal Akerman, Bong Joon-ho, Philippe Garrel en Paul Schrader. Haar blog LAUGH MOTEL (“on, with, around film”) is te vinden op: https://laughmotel.wordpress.com/.
  • Adrian Martin is een kunstcriticus uit Vilassar de Mar (Spanje). Hij is de auteur van acht boeken, waaronder de essaybundel Mysteries of Cinema uit 2018 (Amsterdam University Press). Zijn website die veertig jaar schrijven verzamelt, is te vinden op http://www.filmcritic.com.au.
  • Nick Pinkerton is een schrijver uit Brooklyn (NY) met een focus op audiovisuele kunst. Zijn werk werd gepubliceerd in o.a. Film Comment, Sight & Sound, Artforum, Frieze, Reverse Shot, 4 Columns, The Baffler, Harper’s, en de Village Voice. Zijn andere publicaties omvatten een recente monografie over de films van Ruth Beckermann (Oostenrijks Film Museum) en een binnenkort te verschijnen boek over Tsai Ming-liang’s Goodbye, Dragon Inn (Fireflies).

PRAKTISCH

Een ticket voor het volledige programma van zeven dagen bedraagt €135. Studenten betalen slechts €70. De prijs voor een half programma, Roberto Rossellini of The Shady 80s, bedraagt €75. Studenten betalen voor een half programma slechts €40. Inschrijven kan tot en met 3 juli, via de link in de banner bovenaan.

De twee hoofdthema’s vinden afwisselend in de voor- of namiddag plaats. Het avondprogramma is voor alle deelnemers toegankelijk. Het volledige programma wordt begin juni bekend gemaakt.

Het Zomerfilmcollege brengt filmliefhebbers in contact met gerenommeerde filmspecialisten uit binnen- en buitenland, maar ook met films uit de collectie van CINEMATEK en andere filmarchieven die zelden of nooit op het witte doek vertoond worden.

SUMMER FILM SCHOOL 2019

Once again, the Summer Film School offers more than fifteen talks by internationally renowned experts and twenty screenings of recent digital restorations and rare 35mm prints from the extensive collection of the Royal Belgian Film Archive (CINEMATEK).

Filmmakers have thousands of secrets, the SUMMER FILM SCHOOL lets you in on them!

ROBERTO ROSSELLINI: CINEMA APERTO

The Summer Film School’s Roberto Rossellini program, curated by Professor Steven Jacobs, will offer an overview of the rich and groundbreaking career of the Italian maestro and will attempt to shed light on some of his lesser known films. The program will focus on both the canonical titles from the Neorealistic period and Rossellini’s more obscure, often wrongly neglected and forgotten films.

Guest speakers (language spoken: Dutch)
  • Steven Jacobs is an art historian and teaches at the University of Antwerp and the University of Ghent. He is the (co-)author of The Wrong House: The Architecture of Alfred Hitchcock (2007), Framing Pictures: Film and Visual Arts (2011), The Dark Galleries (2013), Screening Statues: Sculpture and Cinema (2017), and The City Symphony Phenomenon (2018).
  • Hilde D’haeyere is a photographer and film historian; she teaches at KASK School of Arts at the Hogeschool Gent, where she coordinates the Masters in Film. Her work focuses primarily on photographic aspects of silent film and the cross-links between cinematography, film machinery and the mechanisms of humor. Recent publications include “Frankfurter Slapstick” in October 160 (2017) with Steven Jacobs; “Ziegfeldized Slapstick, Useful Comedy” in The Color Fantastic (Amsterdam University Press, 2018); and “Comedy Performs Photography” in Photography Performing Humor (Leuven University Press, 2019).
  • Tom Paulus teaches film studies at the University of Antwerp. His essays on the pictorial style in John Ford’s films have been published in various volumes including: John Ford in Focus (McFarland) and Westerns: Movies from Hollywood and Paperback Westerns (Cambridge Scholars Publishing). His collection (eds. With Rob King) Slapstick Symposium: Essays on Silent Comedy was published by Routledge.
  • Anke Brouwers teaches film history at KASK School of Arts (Ghent). She has published on (silent) cinema in academic journals, various collections and online on photogénie. She has been active as a film expert for Cinema Canvas since 2017.
  • Nick Pinkerton is a Cincinnati-born, Brooklyn-based writer focused on moving image-based art. His writing has appeared in Film Comment, Sight & Sound, Artforum, Frieze, Reverse Shot, 4 Columns, The Baffler, Harper’s, and the Village Voice, among other venues. Publications include a recent monograph on the films of Ruth Beckermann (Austrian Film Museum) and a forthcoming book on Tsai Ming-liang’s Goodbye, Dragon Inn (Fireflies).

THE SHADY EIGHTIES: AMERICAN CINEMA BELOW THE LINE

Following in the footsteps of the New Hollywood directors, a younger generation of filmmakers that upheld the ideals of the American 1970s cinema would flower into a healthy alternative movie scene that was cinematographically very diverse, but shared a fascination with dark subject matter and a skeptic attitude towards the reigning ideology. The Summer Film School’s ‘The Shady 80s’ program offers a wide-ranging look on this ‘other’ American 1980s cinema and will highlight some forgotten and wrongly neglected titles.

Guest speakers (language spoken: English)
  • Cristina Álvarez López is a film critic based in Vilassar de Mar (Spain). Her work has appeared in MUBI Notebook, LOLA, and De Filmkrant, and in books on Chantal Akerman, Bong Joon-ho, Philippe Garrel, and Paul Schrader. Her blog site LAUGH MOTEL ( “on, with, around film”) is at: https://laughmotel.wordpress.com/.
  • Adrian Martin is an arts critic based in Vilassar de Mar (Spain). He is the author of eight books, including the 2018 essay collection Mysteries of Cinema (Amsterdam University Press). His ongoing archive website covering forty years of writing, is at http://www.filmcritic.com.au.
  • Nick Pinkerton is a Cincinnati-born, Brooklyn-based writer focused on moving image-based art. His writing has appeared in Film Comment, Sight & Sound, Artforum, Frieze, Reverse Shot, 4 Columns, The Baffler, Harper’s, and the Village Voice, among other venues. Publications include a recent monograph on the films of Ruth Beckermann (Austrian Film Museum) and a forthcoming book on Tsai Ming-liang’s Goodbye, Dragon Inn (Fireflies).

PRACTICAL INFO

While the talks in the Roberto Rossellini program are mostly in Dutch, the entire Shady 80s lecture series will be English spoken!

A ticket for the complete program costs €135 (€70 for students) and grants access to both modules. A ticket for one of the two modules, Roberto Rossellini or The Shady 80s, costs €75 (€40 for students). The registration period ends on July 3.

Both modules will take place alternately in the morning and the afternoon. The evening sessions can be attended by all participants. The complete schedule will be announced in early June.

For further questions, feel free to contact us!

Keep an eye on this page for practical information and more news about the program!